Onderwijsbehoefte

DOORSTROMING VAN KLEUTERS

Omdat de jongste kleuters niet allemaal op de eerste schooldag van het schooljaar naar school gaan, is er voor deze groep leerlingen een speciale overgangsregeling. In het overgangsprotocol is geregeld hoe dat gaat. Het uitgangspunt hierbij is de ontwikkeling van het kind, gecombineerd met zijn of haar onderwijsbehoeften. Dit overgangsprotocol is op te vragen bij de directie van de school. Als een 4-jarige naar school gaat, komt deze in groep 1 en volgt vanaf dat moment alle reguliere activiteiten in deze groep binnen de vastgestelde lestijd. Deze leerling valt vanaf dat moment ook onder de reguliere verlofregeling.

HOE IS ONDERSTEUNING AAN LEERLNGEN MET SPECIFIEKE ONDERWIJSBEHOEFTE?

Voor de signalering van de onderwijsbehoefte speelt een aantal mensen een rol:

De groepsleerkracht

Deze signaleert problemen bij leerlingen naar aanleiding van toetsen en observaties. De leerkracht meldt de gesignaleerde leerlingen bij de intern begeleider (ib’er) in de groepsbespreking. De groepsleerkracht onderhoudt de contacten met ouders. Ook maakt de leerkracht, eventueel ondersteund door de ib’er, een groepsplan voor de hele groep.

Intern begeleider

De taak van de intern begeleider is het bewaken van de zorglijn. De ib’er is verantwoordelijk voor de coördinatie en planning van de leerlingenzorg. De ib’er heeft groeps-, toets- en individuele leerlingbesprekingen met de leerkrachten. De ib’er kan ook extra onderzoek laten doen naar de oorzaak van een probleem.
 

Directie

Directie en ib’ers hebben zeer regelmatig intern zorgteamoverleg. De directie draagt de eindverantwoording voor de zorg op school.

Individuele leerlingbespreking

De leerkracht en de intern begeleider bespreken de leerlingen die specifieke onderwijsbehoeften hebben. Dat kan bijvoorbeeld zijn op het gebied van gedrag, een leervak of hoogbegaafdheid.

Groeps-/toetsbespreking

Vier keer per jaar vinden groepsbesprekingen plaats, waarin we de onderwijsbehoeften in de groep bekijken, zowel op sociaal-emotioneel als op leergebied. De toetsresultaten van de leerlingen worden per groep geanalyseerd door leerkracht, directie en intern begeleider. Naar aanleiding van deze analyse worden de nieuwe groepsplannen opgesteld.

Groepsplan

Elke leerkracht maakt groepsplannen voor de verschillende vakgebieden. In dit plan worden alle leerlingen genoemd, geclusterd op grond van toetsen en observaties. Op deze manier werken we aan de doelen per vak, passend bij de onderwijsbehoeften van het kind. Deze plannen worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld.

Groepsoverdracht

Aan het eind van het schooljaar worden de leerlingen ‘overgedragen’ aan de volgende leerkracht. Alle bijzonderheden van de leerlingen, zoals onderwijsbehoeftes, gezinssamenstelling, aandachtspunten met betrekking tot gedrag of gezondheid, extra hulp en belangrijke afspraken, staan vermeld in ons leerlingvolgsysteem ParnasSys.

Externe zorgbegeleiding

Voor speciale zorgexpertise voor een leerling zoeken we in overleg met de ouders contact met een externe specialist. Deze adviseert de ib’er en de groepsleerkracht. Er kan vervolgens worden besloten tot het opstellen van een nieuw handelingsplan of dat er moet worden overgegaan tot een verwijzing naar de speciale school voor basisonderwijs. Als ouders wordt u steeds op de hoogte gehouden en woont u indien mogelijk de besprekingen bij.

Interne deskundigheid

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, beschikt onze school over specifieke deskundigheid (interne deskundigheid). Wij hebben specifieke interne deskundigheid op het gebied van hoogbegaafdheid, dyslexie, rekenen en gedrag.

Externe deskundigheid

Extern maken wij vooral gebruik van de expertise van het speciaal onderwijs en de ambulant begeleiders van cluster 2, 3 en 4 en maken ons sterk om de expertise die de ambulant begeleiders de school in brengen zelf eigen te maken. De externe orthopedagoog vervult een belangrijke rol in het Multi Disciplinair Overleg (MDO) en doet indien nodig extra onderzoek. De school maakt gebruik van de expertise van het schoolmaatschappelijkwerk (indien nodig) bij het MDO.

Aangepaste lesstof - leerlijn

Als een kind bij een vak een (te) grote achterstand heeft ten opzichte van de groep kunnen we, na overleg met de ouders, besluiten tot het volgen van een eigen leerlijn. Het kind krijgt dan aangepaste leerstof en zal in veel gevallen niet het niveau van eind groep 8 halen. Voor deze kinderen wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Voor bovenstaande geldt: het is logisch dat we streven naar overeenstemming met ouders, maar goed is om er op te wijzen dat uiteindelijk de school beslist.

Doubleren

In de groepen 1, 2, 3 of 4 kunnen we besluiten het kind een schooljaar over te laten doen. Hiervoor volgen we een procedure. Zittenblijven heeft alleen zin als het kind onvoldoende aansluiting heeft bij het niveau van de volgende groep of sociaal-emotioneel nog niet toe is aan de volgende groep en wij ervan overtuigd zijn dat dit over een jaar wel het geval is. Als het kind een groep overdoet, wil dat niet zeggen dat het àlles moet overdoen; we gaan verder op het niveau waar het kind is gebleven. In incidentele gevallen is het mogelijk dat een leerling voor een bepaald vak niet meer het lesprogramma van de groep volgt maar een eigen leerlijn volgt. Hier geldt ook: altijd in overleg met de ouders waarbij de uiteindelijke beslissing bij school ligt.

Als we overwegen om het kind het schooljaar over te laten doen of te laten versnellen, overleggen we hierover tijdig met u als ouders/verzorgers. Uiteindelijk beslist de school, natuurlijk streven we naar consensus.

In de groepen 1 en 2 spreken we van een verlengd kleuterjaar in plaats van doubleren.

Dyslexie en Dyscalculie

Mocht er bij uw kind een vermoeden zijn van dyslexie of dyscalculie dan wordt er in overleg met de leerkracht en de ib’er een procedure in werking gezet.

PASSEND ONDERWIJS

Als ouder kunt u uw kind aanmelden op een van de scholen van IRIS. Wanneer uw kind extra ondersteuning nodig heeft is het belangrijk dat u dit bij de aanmelding van uw kind doorgeeft. Alle scholen in Nederland hebben sinds 1 augustus 2014 een zogenaamde zorgplicht. Dit betekent dat het de verantwoordelijkheid van de school/ het bestuur waarbij de school aangesloten is om het juiste onderwijsaanbod voor uw kind te realiseren. Kijk voor meer informatie op onderstaande website.

EXTRA ONDERSTEUNING OP SCHOOL OF OP EEN ANDERE SCHOOL

Wanneer uw kind extra ondersteuning nodig heeft kan de school een ‘onderwijsarrangement’ maken voor uw kind. Een goede samenwerking met u als ouder is daarvoor heel belangrijk. Als stichting hechten wij veel waarde aan een goede communicatie tussen onze scholen en onze ouders. Onze visie ten aanzien van ouderbetrokkenheid is als volgt:

Ouderbetrokkenheid is een niet-vrijblijvende en gelijkwaardige samenwerking tussen school en ouders. De school en de ouders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We zijn gericht op het kind, onze leerling. Dit doen we door open met elkaar te communiceren, met vertrouwen in elkaar en vanuit wederzijds respect en begrip.


Niet in alle gevallen kan de school de extra ondersteuning bieden die nodig is. De leraar en de intern begeleider zullen in dit geval samen met u op zoek gaan naar een school waar de benodigde ondersteuning wel geboden kan worden. Hiervoor wordt contact gelegd met het samenwerkingsverband. Kijk voor meer informatie op de website.

Image

ONAFHANKELIJK EXTERN ONDERZOEK VOOR UW KIND

Als school werken wij met een aantal instanties samen die ons ondersteunen met pedagogische en didactische adviezen. Zo consulteren wij bijvoorbeeld de GGD, Schoolbegeleidingsdiensten en andere relaties. Vanzelfsprekend staat het u als ouders vrij om ook pedagogische/didactische informatie middels onderzoek bij externe instanties te verkrijgen.

De school wil in voorkomende gevallen graag de noodzakelijkheid van een dergelijk onderzoek met de ouders in kaart brengen. In dat gesprek komen ook de verwachtingen met betrekking tot tijdsinvestering, afstemming en inspanningen aan de orde. Indien de school niet vroegtijdig bij een dergelijk extern onderzoek wordt betrokken, kan besloten worden hieraan geen medewerking te verlenen.

EXTERN ONDERZOEK

Mochten de problemen, ondanks alle bestede zorg, niet oplosbaar zijn, dan wordt er in overleg met de ouders, contact gezocht met een externe begeleidingsinstantie voor een uitgebreider onderzoek. Het resultaat van zo’n onderzoek wordt besproken met de ouders. Er wordt een plan opgesteld dat door de school wordt uitgevoerd. Mocht dit ook niet baten, kan eventueel besloten worden, weer in overleg met de ouders, om het kind aan te melden voor het speciaal (basis) onderwijs.

De externe begeleidingsdienst kan dus worden ingeschakeld bij individueel onderzoek en begeleiding van kinderen, die leerproblemen hebben. Eén van de psychologen of orthopedagogen van de betreffende dienst overlegt met de leerkracht en de intern begeleider. Men bekijkt wat de oorzaken zijn van de problematiek en adviseert over de aanpak van de moeilijkheden. Er kan worden besloten tot het opstellen van een nieuw handelingsplan of dat er moet worden overgegaan tot een verwijzing naar de speciale school voor basisonderwijs. Als ouders wordt u steeds op de hoogte gehouden en woont u de besprekingen bij.

ADVISERING VOORTGEZET ONDERWIJS

Kinderen die na groep 8 onze school verlaten, krijgen gedurende hun laatste schooljaar informatie over alle vervolgmogelijkheden. Er zijn ouderavonden, voorlichtingsavonden, er worden folders uitgedeeld en veel scholen organiseren ‘open dagen’. Hierover wordt u tijdig geïnformeerd. Tijdens diverse gesprekken tussen school en ouders worden de mogelijkheden voor het voortgezet onderwijs besproken. Tijdens een pré-adviesgesprek in groep 7 wordt met ouders de mogelijkheden voor het voortgezet onderwijs verkend in een gesprek.

Elke leerling in groep 8 krijgt een schooladvies (tenminste vóór 1 maart). In dit schooladvies staat welk type voortgezet onderwijs het beste bij uw kind past.

Wij kijken daarvoor onder andere naar leerprestaties, werken in de klas, doorzettingsvermogen, omgaan met huiswerk, aanleg en ontwikkeling gedurende de hele basisschoolperiode.Naast dit schooladvies komt er, door de invoering van de verplichte eindtoets primair onderwijs, voor alle leerlingen in Nederland een ‘objectief tweede gegeven’ bij in de vorm van een resultaat op de centrale eindtoets primair onderwijs. Wanneer de leerling de eindtoets beter maakt dan verwacht, moet de basisschool het schooladvies heroverwegen. Heroverweging kan leiden tot een wijziging in het schooladvies, maar er kan ook besloten worden dat wordt afgeweken van het resultaat van de eindtoets primair onderwijs. Soms is het resultaat van de eindtoets primair onderwijs minder goed dan verwacht. In dat geval mag de basisschool het schooladvies niet aanpassen.